Wie onze belevenissen een beetje gevolgd heeft het afgelopen jaar weet dat we erg vaak te vinden zijn op wat de kleuters ‘ons veld’ noemen. Lente, zomer, herfst en winter, wind of kou: wij zijn op ons veld. We zoeken konijnenkeutels, plukken bloemen, leren over allerlei dieren en de natuur in het algemeen.
2014-01-22 13.49.48
Tenminste, dat deden we.

’s Ochtends in de kring zie ik de bui al hangen. Er trekt een stoet graafmachines het veld op en ze beginnen meer dan de helft van dat prachtige gebied om te ploegen. De kinderen zijn in alle staten en willen niet meer bij het raam vandaan.
‘Juf, ze maken ons veld helemaal stuk! Je moet ze tegenhouden!’.
En ik, degene die in hun ogen alles kan…ik kan niets. Het lijkt erop dat er toch nog een stuk natuur overblijft, want twee weken lang blijft het werkverkeer aan die ene kant.
Maar dan gebeurt het grote drama. Er verschijnt een soort drijvende grasmaaier in de sloot, die meedogenloos alle begroeiing in en om de sloot wegmaait. Mijn leerkrachtenhart breekt als ik de tranen in de ogen van mijn kleuters zie wanneer het eendenpaar met hun jongen vlucht voor hun leven. Zij wonen daar in dat riet. We hebben ze elke dag zien zwemmen. Nu zwemmen de jongen zo hard ze kunnen om niet in de maaimachine terecht te komen. Tot overmaat van ramp trekken de graafmachines naar het laatste deel van het veld, graven de overgebleven planten en gras af en binnen een uur is alles door de hakselaar. Weg.

De kleuters begrijpen het niet. Waarom maken die mensen ons veld stuk en waar moeten alle dieren nou naartoe? Het is het gesprek van de dag, niet alleen in mijn groep maar ook onder ouders en andere kleutergroepen. De natuur, de speelplek voor de kinderen en de verlenging van mijn klaslokaal, ze moeten wijken voor de ‘vooruitgang’. Er worden huizen op ons eens zo mooie veld gebouwd. Heel misschien wordt er later nieuwe ‘natuur aangelegd’ waarin we wederom op avontuur kunnen…wie zal het zeggen.
De hele week houden de kleuters vanuit de klas alles in de gaten. Ze zien de konijnen wegschieten: ‘Nu kunnen we nooit meer konijnenkeutels zoeken. De konijntjes hebben geen huisje meer,’ treurt een oudste kleuter.
2014-06-13 09.21.58
Ik heb er genoeg van. Hoe moet ik deze kleintjes uitleggen dat de mensen er een gewoonte van hebben gemaakt om de natuur weg te halen, omdat iemand daar geld aan kan verdienen? Ik weet dat het zo gaat, maar wat wil ik mijn kleuters deze kennis graag nog een paar jaar besparen.
Terwijl ik met een paar kinderen kijk wat voor erge dingen er buiten gebeuren krijgen we een idee. We schrijven een brief aan de burgemeester! Die kan ons vast helpen!
‘Wil jij dan voor ons schrijven, juf? Dan gaat het sneller. Wij zullen wel zeggen wat je op moet schrijven.’ Ik vind het een geweldig idee. Dat die brief geen verschil maakt voor de huizenbouw maakt niet uit. Hij maakt verschil voor mijn kleuters. Op deze manier hebben zij in elk geval het gevoel dat ze hun stem kunnen laten horen. Want, zo vertelt er één: ‘Ik wil naar de bouwers om te zeggen dat ze moeten stoppen en weggaan. Maar ik ben te klein, ze luisteren niet naar kinderen.’
Ik grijp pen en papier en we gaan aan de slag. Na twee zinnen besluiten ze dat de brief niet naar de burgemeester, maar naar de Koning en Koningin moet. Die hebben meer gezag en bovendien zijn ze ervan overtuigd dat ik de Koningin persoonlijk ken.
Drie oudste kleuters formuleren zorgvuldig hun zinnen en verwoorden hun gedachten over wat de natuur wordt aangedaan.
Hieronder kun je het resultaat lezen.
2014-06-12 14.06.11 2014-06-12 14.06.16 kopie
De brief is inmiddels onderweg naar Paleis Noordeinde. Hopelijk krijgen we een antwoord, zodat we er toch een positieve draai aan kunnen geven.
Mocht iemand die een huis op dat stuk grond heeft gekocht dit verhaal lezen, wij begrijpen dat jullie daar heel graag willen wonen. Het is altijd één van onze favoriete plekken geweest en we hopen dat jullie er net zo veel plezier hebben als wij altijd hadden. Wie weet komen we elkaar nog eens tegen op een nieuw aangelegd natuurstukje rondom jullie huizen. Als je een groep kleuters rond ziet scharrelen, op zoek naar kleine schatten om te bewaren, zwaai dan naar ons.
Voorlopig zullen wij moeten spelen in het bos, een stukje verderop. Maar ik hoop dat we op een dag, misschien wel tussen de huizen met een heleboel mooie tuinen waar we van kunnen genieten, weer op Ons Veld mogen spelen. Hopelijk tot ziens!

One Thought on “Een brief voor de Koning (en de Koningin)

  1. Hopelijk komt er een positief antwoord ! Ik betwijfel het maar hoop doet leven en ik gun het de kleuters dat ze hun speelveld terug krijgen. Er wordt al te veel natuur verwoest voor huizenbouw.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Post Navigation