Het bellen blazen van maandag is zo’n succes dat we er vandaag mee verder gaan. In de speelwerktijd ’s ochtends zet ik mijn wasmachinelekbak (wat een heerlijk woord is dat toch) met daarin een bodem zeepsop, op een strandlaken. Ja, gewoon in de klas. Ik leef gevaarlijk.
We hebben van een aantal waterflesjes de bodem afgeknipt en de flessen worden onze nieuwe bellenblaasapparaten! Je kunt zowel aan de grote als aan de kleine opening blazen, zo ontdekken de vier kinderen die ermee spelen.
Wat verderop in het spel geef ik de kleuters een rietje, zodat ze daarmee ook bubbels in het sop kunnen blazen. Een enkeling ervaart dat je toch écht beter door dat rietje kunt blazen in plaats van te zuigen. ‘Bah, wat vies,’ zegt ze (terwijl de bubbels uit haar mond ploppen).
‘Niet meer doen dus, sop opzuigen. Je moet door het rietje blazen, kijk, zó!’ leg ik haar uit. Dat vindt zij ook een goed plan. Om vervolgens twee tellen later weer met een mondvol zeepsop richting de wastafel te vertrekken. Die is voorlopig uitgebellenblaasd.
‘Heb je weer sop in je mond gekregen?’ vraag ik haar.
‘Nee,’ bubbelt ze.
Deze dame is nog maar net op school en is dus jonger dan de anderen. Voor dergelijke hele jonge kinderen kun je er eventueel voor kiezen om een gaatje in het rietje te prikken, zodat het opzuigen minder gemakkelijk gaat.

We evalueren in de kring hoe het gegaan is met de flesjes (want de vorige keer gebruikten we rolletjes). ‘Je moet zachtjes blazen,’ weten ze.
We bespreken dat je alleen bellen kunt maken met dingen die aan twee kanten een opening hebben, zodat er lucht doorheen kan. Ook moet het voorwerp zó zijn dat je er een raampje van sop in kunt maken.
Een van de jongens vertelt dat je ‘zacht moet blazen en dan wordt de bel groot. En als je dan stopt met blazen wordt hij weer klein en dan voelt het warm.’
Deze kleuter heeft begrepen dat de lucht die je in de bel blaast daar weer uit stroomt als de andere opening vrij is. Net zoals met een ballon. Knap stukje natuurkundig inzicht.
‘Als je een ballon half opblaast en weer los laat maakt ‘ie een scheetje.’
2014-02-26 13.39.51
Later nemen we de bak en de flessen mee naar buiten. De vorige keer gebruikten we soepkommen, nu pak ik een grotere bak zodat er meer kinderen tegelijk omheen kunnen zitten. De bak komt op het strandlaken te staan en zo hebben we meteen een doek om natte handen mee af te drogen.
De rietjes gaan ook mee en al gauw zit er een hele horde kleuters om de sopbak heen. Ze blazen bellen door de flessen en maken bubbels door in de rietjes in het sop te blazen.
Als er heel veel schuim ontstaat scheppen ze dat op met hun fles: ‘Kijk, ik heb een bubbel-ijsje!’ Anderen vermaken zich met het rondzwieren van het schuim of kijken hoe groot hun bel kan worden. Sommige kinderen blijven hier dik drie kwartier mee aan de slag.
2014-02-26 13.40.25
Het prettige van deze activiteit (behalve dat het een verkapte techniekles is ;-)) is dat het kleuters de gelegenheid geeft om tijdens het buitenspelen even uit de hectiek te stappen. Het is overzichtelijk en gestructureerd en is daarom voor veel jonge kinderen een prettige manier om de drukte op het schoolplein van zich af te zetten.
Kinderen met veel energie zwiepen de bellen alle kanten in, kleuters die behoefte hebben aan meer rust blazen beheerst lucht door de flessenhals of hun rietje en pakken zo een momentje ‘in zichzelf’. Zo is er voor elk kind wat te halen!2014-02-26 13.24.31

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Post Navigation