Ik lijd aan een vreemde vorm van beroepsdeformatie.
Bij de meeste leerkrachten is het zo dat zij, overal waar ze komen, de neiging hebben om kinderen die zich misdragen tot de orde te roepen. Bij voorkeur met de bekendste zin uit het leerkrachtenhandboek: ‘EHHHHHH zó doen we dat niet!’
Die ‘ehhhhh’ hoort erbij mensen, want daarmee laten we duidelijk merken dat we de aandacht willen. Ik maak me er helaas ook schuldig aan. Daar kan ik niks aan doen, want ik ben Een Juf.Maar goed. Mijn beroepsdeformatie.
Ik roep geen wildvreemde kinderen tot de orde, zelfs niet bijna of per ongeluk. Mijn rare trek is dat ik overal en altijd op zoek ben naar lesmateriaal. En dan bedoel ik letterlijk overal. Ik kreeg van mijn orkestmaatje Iris een emmer vol kiezelsteentjes. ‘Hoera! Daar kan ik lessen mee geven over vergelijken, vormen, kleuren, gewicht, spoorzoeken, constructie…weer een speelleermateriaal erbij!’ Mijn hubs is, zoals ik al eerder schreef, daar volkomen aan gewend. Die gooit niks weg zonder eerst aan mij te vragen of ik het in de klas kan gebruiken. Sterker nog, die durft bijna niet meer uit een fles in de koelkast te drinken omdat hij nooit zeker kan zijn of ergens gewoon melk, water met maizena/baking soda of azijn in zit.
Daarom hebben we afgesproken dat ik van mijn experiment-speelleermateriaalflessen de etiketten verwijder. Geen etiket = verdachte substantie, zo heeft hij met vallen en opstaan geleerd. En hij is nog steeds bij me, als dat geen liefde is

Toen we laatst samen door de Efteling wandelden wilde ik met alle geweld naar het sprookjesbos. Aangezien ik de oren van Martijn’s hoofd heb gekletst over een nieuw thema wist hij al hoe laat het was en we liepen in één rechte lijn naar Hans en Grietje, alwaar ik bijna dol van blijdschap een paar foto’s maakte voor ‘boven de kijktafel’ (en er gauw eentje op de facebookpagina gooide, want ik wil deze momenten natuurlijk graag met jullie delen).

images
Eenmaal thuis ging ik vrolijk een emmer vol kiezelstenen staan wassen. Die dingen doe ik soms. Ik ben dan ook de kwaadste niet, want ik kom altijd de mooiste exemplaren aan hem laten zien.
Ook als hij dat niet wil.

Ik kan niet door het bos lopen zonder een paar blaadjes mee te nemen (die heb ik beslist, echt, absoluut nodig om de kinderen de nerven en bladskeletten te laten zien), in de bouwmarkt is Martijn me altijd kwijt omdat ik bij de isolatiebuisafdeling hele fantasieën heb over water dat zo leuk door die buizen kan stromen. Zet me op een rommelmarkt en ik geef mijn halve salaris uit aan dinosaurussen, barbies, lego of ander gezellig spul.
Mocht je mijn klas een keer binnenlopen: die bak met flesdoppen is essentieel voor het leren sorteren en tellen. Dat is ook zo met die box vol knopen en stukken van rietjes, maar daar kun je ook figuren van leggen en gewoon bekijken welke je de mooiste vindt. Al die Yakultflesjes in die andere doos zijn prima te gebruiken om torens en andere constructies van te maken, zeker als je ze combineert met houten platen uit de bouwhoek. Ik werk met blaadjes, takjes, stenen, scheerschuim (jawel!), zelfgemaakte klei, zout, bloem, babyolie, kurken, gips, doppen, autootjes, zand, rijst, water, papier, verf en karton. Met al die dingen werk ik aan de tussendoelen (want dat is natuurlijk uiteindelijk de bedoeling) en vul ik de schooldagen van mijn kleuters.

Kleuterleerkrachten van Nederland, verzamel rommeltjes. Ga met de groep naar buiten, de wijk en het veld in. Vul een speciekuip met zand en/of water als je geen watertafel hebt. Laat je kleuters op het raam schilderen met afwasmiddel. Spuit een bus scheerschuim leeg op een tafel, zet een stapje terug en geniet. Daar kan, wat mij betreft, geen gewone puzzel tegenop.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Post Navigation