Hoe vaak hoor je niet op school: ‘Niet stoeien, niet vechten, straks doe je elkaar nog pijn!’ Stoeien en vechten zijn twee heel verschillende dingen, maar hoe moeten kinderen dat weten als we het wel steeds in één (negatieve) adem noemen? Kinderen en stoeien: het hoort bij elkaar. Sterker nog, in mijn groep krijgen de kinderen regelmatig ‘stoeiles’, waarin ze tijd en ruimte krijgen om te ravotten en elkaar (uiteraard met duidelijke regels) te lijf mogen gaan. Stoeien helpt kinderen om op een veilige manier hun grote motoriek te oefenen.  Vooral jongens hebben het ook nodig om zo nu en dan uit te maken wie de sterkste van de roedel is. Het leert je hoe je goed kunt vallen, het leert je je eigen grenzen te verkennen, te verleggen en aan te geven. Je leert omgaan met de grenzen van een ander en goed te reageren als je daar onbedoeld overheen gaat. Het schept een band tussen kinderen en zorgt voor wederzijds vertrouwen. Waarom zouden we het hen dan verbieden? Okee. Stoeien met kleuters. Vergeet je angstvisioenen van blauwe plekken, losse tanden, gescheurde kleren en ongeruste ouders. Daar gaan we! stoei

  1. Zorg voor een geschikte ondergrond. Ik leg altijd een flink aantal matten aan elkaar en zorg dat de ruimte daar omheen vrij is.
  2. Bespreek vooraf met de kinderen wat ze gaan leren, zeker als het de eerste keer voor ze is. Maak de kinderen duidelijk dat ze niet moeten, maar mogen stoeien. Sommige kleuters hebben eerst wat tijd nodig om de kat uit de boom te kijken en dat is prima.
  3. Geef duidelijk de belangrijkste regels aan: – Voordat je begint ga je beiden op je knieën zitten, pakt elkaar bij de schouders en kijkt elkaar aan. Je zegt dan drie keer, terwijl je elkaar aankijkt: ‘We doen elkaar geen pijn!’ – Je stoeit met zijn tweeën. – Stoeien mag als je je schoenen uitdoet. – Stoeien mag op de matten. – Als je iemand per ongeluk pijn hebt gedaan, help je de ander omhoog en zeg je sorry. Je vraagt ook of de ander in orde is. – Je mag elkaar vastpakken aan het lichaam (en dus niet aan de kleren :-))
  4. Doe het zelf, met een kleuter of een collega, een keer voor. Laat daarbij zien hoe het niet moet en daarna hoe het wél moet en laat de kinderen verwoorden wat er goed en fout ging.

Tips:
Zeker met een drukke groep is het belangrijk om klein te beginnen, zodat je zelf het overzicht kunt houden. Zorg in elk geval dat de overige kinderen zichzelf bezig kunnen houden en bespreek dit ook met hen, zodat zij weten dat je je aandacht bij het stoeispel nodig hebt. Noem ‘stoeien’ nooit ‘vechten’, maar maak een duidelijk verschil tussen die twee. Stel de ouders op de hoogte zodat zij weten wat hun kind op school heeft geleerd. Dit voorkomt veel misverstanden en het helpt hen te begrijpen waarom je deze activiteit doet.

Bij ons is het stoeien intussen zo ingeburgerd dat we het ook op de speelplaats kunnen toelaten. We hebben daar grote vlakken met een zachtere ondergrond waarop we een plekje hebben gemaakt waar gestoeid mag worden, mits de kinderen zich aan de regels houden.

Kleuters van verschillende groepen komen daar samen en zo af en toe doe ik zelf ook gezellig mee. We herhalen de regels elke paar maanden in de speelzaal zodat ook de nieuwe kleuters weten hoe het werkt. En zal ik je eens wat zeggen? Geen blauwe plekken, geen losse tanden, geen gescheurde kleren…maar wel een heel stel enthousiaste ouders!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Post Navigation